Uit het boek: The way of a ship, by Alan Villiers.

Please check out links on www.youtube.com Cape Horn Road part 1 & part 2 by Alan Villiers

Wilde het raschip blijven bestaan, dan was het nodig dat het voldoende rendabel was.
Het moest een redelijk dividend kunnen opbrengen van het geïnvesteerde kapitaal, tevens in het levensonderhoud voorzien van degenen die het beheerden, en de vervangingswaarde van een nieuw schip verdienen. Zou het hiertoe niet in staat zijn dan werd de zaak een fiasco.

Een schepeling van voor de mast had een kooi in het volkslogies (dat een dekhuis was achter de fokkemast, of de ruimte onder de bak in het voorschip, ofwel een deel van de midscheepse opbouw indien het een ‘drie eilanden schip’ was), een zitplaats op een bank voor zijn maaltijden en plaats voor een zeemanskist, als hij deze bezat…Maar hij waste zich aan dek in een ijzeren of houten puts met regenwater…Een officier had een hut voor zich alleen, als hij een oudere was; de jongeren deelden een hut. Er was een kleine messroom om de maaltijden te gebruiken… Gezagvoerders huisden in salons.

Het gehele bestaan van het schip was gebaseerd op dit soort leven; daaraan is niets verkeerds. Maar het mechanische leven op stoomschepen, dat de bemanning meer vrije tijd (en minder voldoening) schonk, leidde op den duur naar steeds groeiende eisen inzake verbeteringen: betere voeding, betere onderkomens en steeds meer vrije tijd. Elke generatie zeelieden werd bijgevolg onbruikbaar op de schepen van hun voorgangers. Goede maatregelen troffen niet altijd doel. Het zeilschip kon natuurlijk niet wedijveren met de stomer in het verschaffen van zaken als een persoons hutten met leeslampen voor dekjongens; ook zou men het niet nodig vinden in zulke zaken te voorzien. De stomer kon dit alleen doen omdat deze een tijd van voorspoed beleefde, waarvan de fundamenten geheel ondeugdelijk waren. Tenslotte komt onnodige weelde in de een of andere vorm ten laste van de gemeenschap en speciaal ten laste van de zaken in het algemeen; ze is slechts te bekostigen in tijden welke overvloeien van welvaart, welvaart over de gehele wereld, die niet bestaat en waarschijnlijk nooit zal komen.

Alle diepwatervaart kan bestaan ondanks heftige internationale concurrentie. Een solide natie, met zeelieden die niet gewend zijn aan luxe en weelde, kan altijd omhoog komen en op louter comfort gestelde naties en hun schepen van de zee verdringen. Het zeilschip kon voortbestaan op basis van gezond verstand en uiterste soberheid, of in het geheel niet. Waardoor het uiteindelijk verslagen werd, was niet gebrek aan werk, maar de kosten die het niet in staat was te dragen…

Zouden de zeilschepen wederom tot nieuw leven geroepen worden, dan zal het hele bedrijf weer met kleine vaartuigen opgebouwd dienen te worden, wat enige tijd in beslag kan nemen, voorafgegaan door een pijnlijk ontwaken. En niet alleen op economisch gebied!

Uit het boek: The way of a ship, Alan Villiers. www.wikipedia.org


Atlantis
  Zeilende
    Handelsvaart
Naast "fairtrade" nu ook "fairtransport"

van A naar B zonder CO2
Tres Hombres Holland Inovations jaarbeurs Utrecht
Tall ship Pierius Magnus
P liner Peking
Alan Velliers
Copyright by: Atlantis